| Wijting
Merlangius merlangus ( gadus merlangus ) Maximale lengte: 70
cm
|
![]() |
|
Omschrijving:
Was de wijting vroeger een ondergewaardeerde vis die veelal maar bijvangst was op het vissen op gul, is deze soort tegenwoordig een soort waar men ook wel eens specifiek op gaat vissen bij het gebrek aan. Tuurlijk staan wij hier ook liever een gul te drillen van een mooie afmeting, maar een mooi maaltje wijting slaan wij hier natuurlijk niet af. |
| Wat betreft de kleur is
deze op de buik zilverwit en op de rug koperkleurig.
Over zijn flanken heeft hij vaak een rozeblauwe glans. Hoewel hij wel familie is van de Gadidae ( kabeljauwachtigen ) heeft hij niet de kenmerkende sik voor deze soort, welke zijn halfbroer, de steenbolk wel heeft. Deze twee soorten worden nog wel eens met elkaar verward door beginnende vissers. Afgezien dat de 'bolk' wel een sik heeft en de wijting niet, is de steenbolk qua uiterlijk een 'dikke gedrongen' vis, terwijl de wijting een lang en slank uiterlijk heeft. Ook zijn de twee rug en buikvinnen van de steenbolk met elkaar vergroeid, tewijl deze bij de steenbolk los van elkaar zijn. De wijting heeft ook nog een broer, de blauwe wijting. Deze komt voor onze kust bijna niet voor, maar wordt zeer sporadisch wel eens gevangen. In plaats van de koperkleurige rug heeft deze soort een metaalblauwe rug. De wijting is een echte rover
met een scherp gebit, die voornamelijk jaagt op sprot.
|
| Verspreidingsgebied:
De wijting komt langs onze gehele kuststrook voor. Zand, klei of modder, de ondergrond maakt niet zoveel uit. Op ondiepe zandstranden zijn ze ook prima te vangen daar ze dicht bij de kust komen. Echte superstekken voor de wijting zijn er niet echt want ze zijn overal wel te vangen. Maar als we dan toch een stek moeten noemen dan zeggen we het callandkanaal, hoewel dit de laatste twee jaar nu net weer even wat tegenvalt. |
![]() |