| Spiering
Osmerus eperlanus Maximale lengte: 25
cm
|
|
| Omschrijving:
Doordat de schubben geen guanine bevatten zijn deze doorzichtig. Ook laten deze net bijvoorbeeld net als bij de haring heel snel los. Wat een hoop mensen niet weten is dat we hier te maken hebben met een echte salmonide, het wordt namelijk verraden door o.a. het vetvinnetje op de staartwortel. Opvallend is ook wel de 'komkommergeur' bij deze vis. De kleur is op de buik zilverkleurig wat overgaat naar een bronskleur op de rug. Beste vangsttijd: De beste tijd om spiering te kunnen vangen is in de wintermaanden. Beste aas: Vanwege de gigantische dosis kannibalisme van de spiering werkt een klein stukje spiering het beste. Overigens werd de spiering vroeger het meeste gevangen aan paternosters met kleine blauwe aberdeenhaken met een druppeltje 'rood' op het bledje. Vangstmethode: Het vissen op spiering was vroeger bijna een nationale sport, en dan voornamelijk voor de mensen die het niet zo 'breed' hadden. Begon het wat kouder te worden, zwom de spiering zo door naar het brakke water waar ze tot de jaren zestig bijvoorbeeld in hartje Rotterdam werden bevist. De methode was redelijk simpel. Zoals gezegt, een speciale spieringpaternoster was het meest gebruikt. Een hoofdlijn met 20 (!) kleine aberdeenhaakjes met een een druppeltje rode verf op het bledje. Het moge duidelijk zijn dat het met sportvissen niets te maken had. |
| Verspreidingsgebied:
Zoveel als dat hij vroeger voorkwam, zo weinig is het tegenwoordig. Hoewel, niet wijdverspreid, komen ze nog op enkele plaatsen nog steeds veelvuldig voor, en dan voornamelijk in het noorden van het land. Ook zijn ze wel eens te vinden in de zeeuwse, scheveningse en ijmuidense havens. Topstekken zijn de Eemsmoning en rond de afsluitdijk. |
![]() |