Kabeljauw / Gul
Gadus morhua

Maximale lengte: 1.40 cm
Maximaal gewicht: 30 kilo
Siterecord: Wesley 63 cm
Minimummaat: 35 cm 

Een nette gul vanaf de kant gevangen
Omschrijving:
Ondanks de overbevissing en het langzaamaan wegkwijnen van het kabeljauwbestand in onze wateren, kunnen we tot in de lengte van dagen spreken dat deze vis de ambassadeur is van onze zeehengelsport.

Wanneer het weer kouder wordt begint het bij velen van ons te kriebelen en hopen we op schitterende sessies waarbij de sneeuw op onze hengel ligt.

De kabeljauw is dusdanig ingeburgerd bij ons dat bij deze vis, als één van de weinige,  aparte benamingen bestaan voor de verschillende stadia van deze vis.
Hebben we en kabeljauw gevangen tot 30 centimeter, dan spreken we van een 'torretje' of 'tor'. Een kabeljauw tot 70 centimeter noemen we een gul, en groter als deze maat, dan spreken we pas van een kabeljauw.

Wat betreft het uiterlijk is de sik wel het bekendste kenmerk van de kabeljauw.
De kleur is op zijn buik wit, wat tot de rug overgaat in marmerachtig getekend bruin.
Bij vissen die zich ophouden bij steenstortingen is de kleur opvallend donkerder.
Een ander opvallend kenmerk is de witte flanklijn.
Zoals bij alle kabeljauwachtigen heeft de kabeljauw dus ook drie rugvinnen.
Beste vangsttijd:
Het beste moment om kabeljauw te vangen is in de wintermaanden, hoewel kleinere exemplaren tot ver in de lente te vangen zijn.
Via de boot kunnen er bij de (verre) wrakken het hele jaar door kabeljauw gevangen worden.
Beste aas:
Vanaf de kant zijn er diverse soorten aas die goed vangen. Zeepieren, zagers ( of een coktail van beiden ), inktvis en vooral mesheften zijn een goed stuk aas.
Vanaf de boot wordt er vaak gevist met zogenaamde pilkers of muppets.
Vangstmethode:
De vangstmethodes zijn divers. Vanaf de kant voldoet een driehaaks paternoster vaak goed, maar beter is het om met onderlijnen te vissen met lange zijlijnen met een haakmaat van minimaal maatje 4, maar veelal groter tot 2/0. 

Verspreidingsgebied:
De gul kunnen we verwachten, overal waar het water diep is. Dus dan denken we aan vaargeulen of het vissen vanaf een pier.
Bekende stekken zijn daarom o.a. Vlissingen, de papegaaienbek en de Nieuwe Waterweg in de europoort en bij alle lange pieren in ons land zoals in Hoek van Holland en IJmuiden.

Terug naar het vissoortenoverzicht