Conger
Conger conger

Maximale lengte: 3 meter
Maximaal gewicht: 40 kilo
Siterecord: 
Minimummaat:  

Omschrijving:
Als je hem in de eerste instantie zou zien denk je van 'dat is een grote paling'.
Dat zou je wel zeggen, maar dat is een conger absoluut dus niet.
Sterker nog, ze zijn niet eens familie! De conger is namelijk familie van de 'Congridae' soort terwijl onze paling familie is van de 'Anguillidae'.
Waar zitten dan de verschillen in. Afgezien van het feit dat de conger een lengte kan behalen van 3 meter en de paling maar 1 meter, zijn er enkele makkelijke verschillen die we kunnen onthouden.
Het oog van de conger is ovaal in de lengterichting, terwijl het oog van de paling rond is. De bovenkaak is langer dan de onderkaak van de conger, en de rugvin begint dicht achter de kop, ongeveer bij het einde van de borstvin, wat overgaat in de staart.

Er worden niet veel congers ( zeepalingen ) rond onze kust gevangen, maar ze zitten er wel degelijk! Jammer genoeg zullen ze bij ons nooit een grote lengte halen, maar blijft het wel een vis die een verschrikkelijke vechtlust heeft, en dus een mooie sportvis is. Hou er wel rekening mee dat een conger van een gemiddeld nederlands gewicht van 6 pond veel meer vang je hengel zal eisen dan een kabeljauw van 18 pond. Nee, willen we de echt grote jongens belagen dan moeten we richting Ierland, zuid-west Engeland en bijvoorbeeld Bretagne in Frankrijk.
Beste vangsttijd: 
De conger komt bij ons binnen werpbereik als het water lekker warm is, dus dan zitten we al gauw in juli en augustus. Bij de wrakken en de Scheldes zitten ze vaak een maandje eerder. Het water moet minimaal een meter of 15/20 diep zijn en trek er eens op uit op een warme zomeravond.
Beste aas:
Als aas bij de wrakken kunnen we als aas een kleine verse makreel gebruiken of een hele inktvis. Een kleine steenbolk ik ook prima!
Vanaf de kant gebruiken we van deze aassoorten kleine stukken.
Vangstmethode:
Vanwege dat we de conger kunnen vinden tussen rots en basaltblokken en alle kieren en scheuren die we rijk zijn op de zeebodem is een gevlochten lijn niet aan te raden. Gebruik dus goed, slijtvast nylon!  Het grote nadeel met nylon is us wel de rek, en dat kunnen we dus niet gebruiken... Wanneer een conger is gehaakt moet hij zo snel mogelijk van de bodem af of tussen de blokken vandaan. Mislukken wij hierin dan kunnen we het dus echt schudden tegen deze zwemmende spierbundel.
Nylonlijn met weinig rek is dus aan te bevelen.
Het is een schuw beest wat bij het merken van weerstan van bijvoorbeeld het lood echt niet zal doorbijten. Een oplossing hiervoor is dus bijvoorbeeld een Garay hoekafhouder of een ander dergelijke oplossing. Een wapperlijn van anderhalve meter met een haak van minimaal 1/0 voldoen prima in onze wateren. De haakpunt moet enkele milimeters uit het aas steken. 

Verspreidingsgebied:
Afgezien op de volle zee bij de wrakken zijn er in nederlan maar bar weinig congerstekken. Waar we wel een grotere kans hebben om ze te haken moeten we naar de basaltdammen in de Westerschelde, de blokkendam in de europoort en de westkusten van Vlieland en Terschelling.

Terug naar het vissoortenoverzicht